Michael Berkhemer   –  kunstenaar

Worden wie je bent

‘Ik herinner me nog dat ik eerst een paars potlood gebruikte en er daarna met geel overheen kleurde. Dat moment dat ik zag; wat móói!’ Opgroeiend in Arnhem, als zoon van autodidact beeldhouwer Willem Berkhemer, tekent en schildert Michael Berkhemer (1948) vanaf jonge leeftijd. Gevoeligheid voor kleur speelt direct een rol. Een andere optie dan de kunstacademie is er voor Berkhemer niet, maar het woord kunstenaar betrekt hij dan nog niet op zichzelf; ‘Ik wilde bioloog worden, want ik dacht dat ik dan de hele dag buiten kon zitten om planten te tekenen.’

Het gymnasium kon Berkhemers aandacht niet vasthouden en al op 17-jarige leeftijd gaat hij naar de kunstacademie in Arnhem, waar hij les krijgt van kunstenaars als Henk Peeters, Peter Struycken en Johan de Haas. Het is een tijd met veel strijd tussen de verschillende docenten, waarbij het gat tussen formele abstractie en de naar de werkelijkheid werkende schilders groot lijkt. Bij het verlaten van de academie, op 22-jarige leeftijd, wordt Berkhemer gevraagd docent te worden. Waarom willen zij hem eigenlijk hebben, zo piepjong als hij dan is? ‘Ja, ik kon dingen. Ik was wel goed.’ Maar hij neemt het aanbod niet aan, hij wil zo snel mogelijk weg uit Arnhem en vertrekt met zijn toenmalige vriendin naar Amsterdam.

Vers van de academie schildert Berkhemer vrouwen met weelderige lange haren, omringd door bloemen. Ook verdient Berkhemer de kost door kinderportretten te schilderen. Met het resultaat wordt hij nog steeds weleens geconfronteerd. ‘Beetje net als Jan Toorop, maar dan slecht. Ik deed hoe ik het moest doen, maar ik heb het nooit echt in de vingers gehad.’ Portretschilderen doet hij allang niet meer. Via Morandi-achtige stillevens kwam er steeds meer eenvoud in zijn werk.

Berkhemer woont en werkt nog steeds in Amsterdam. Hij is er thuis, elke dag wandelt hij langs de horde toeristen voor het Anne Frank Huis heen en weer tussen zijn huis en zijn atelier. En daar, tussen zijn eigen schilderijen en wandsculpturen, haalt Berkhemer een schilderij van Johan de Haas tevoorschijn; de verfhuid, de abstractie die geen abstractie is, de subtiele kleurnuances; zijn academietijd is duidelijk niet voor niets geweest. Ook van Struycken, met wie de relatie destijds moeizaam was, blijkt hij veel te hebben geleerd. Zoals de balans tussen emotie en ratio, die in Berkhemers werk nadrukkelijk een grote rol speelt. ‘Tja, je moet worden wie je bent. Wie zei dat ook al weer?’

7 juni 2016
Tekst: Jantine Kremer
Foto’s: Jolanda Meulendijks